Ruggenmergstimulatie

U heeft in het verleden al meerdere behandelingen ondergaan om uw pijnklachten te verlichten. Deze bleken helaas niet voldoende te werken. Uw behandelende specialist denkt dat elektrische zenuwstimulatie van het ruggenmerg (ruggenmergstimulatie) voor u een behandeling zou kunnen zijn om uw pijnklachten te verlichten. U komt daarom in aanmerking voor implantatie van een neurostimulator. Dit is een ingreep waarbij een geleidingsdraad tegen het ruggenmerg gelegd wordt. Deze wordt aangesloten op een stimulator, welke onderhuids in de bil wordt geplaatst.

De ingreep bestaat uit 2 fasen. In de eerste fase wordt een proefbehandeling gedaan, waarbij met een tijdelijke externe neurostimulator wordt gekeken of de therapie voor u effect heeft. Indien dit voor u effect heeft volgt in de tweede fase een definitieve implantatie van een inwendige neurostimulator. U vindt hier een beschrijving van de werking van de ruggenmergstimulatie. Daarnaast wordt ook uitleg gegeven over de operatieve ingreep en aandachtspunten waar u tijdens en na de behandeling op moet letten.

Voor vragen met betrekking tot uw ingreep, kunt u terecht bij uw behandelende specialist of bij de pijnconsulent.

Belangrijk

Neem contact op met Nocepta indien dit voor u van toepassing is:

  • U gebruikt bloedverdunners.
  • U bent (mogelijk) zwanger.
  • U bent allergisch voor contrastvloeistof, jodium of medicijnen.
  • U heeft een pacemaker of ICD.
  • U heeft geen pijn meer.
  • U bent de dag van de behandeling ziek of heeft u koorts.

Voorbereiding

  • U mag van tevoren niet eten en drinken, u moet nuchter zijn voor deze behandeling.
  • Overige medicatie kunt u gewoon innemen, tenzij de pijnspecialist andere afspraken met u heeft gemaakt.
  • Na de behandeling mag u de rest van de dag niet actief deelnemen aan het verkeer. Regel daarom van tevoren dat iemand u naar huis brengt.
  • Draag makkelijk zittende kleding.

Wat is ruggenmergstimulatie?

Ruggenmergstimulatie wordt ook wel neurostimulatie of ESES genoemd. Hierbij wordt door middel van een elektrode (lead) (zie figuur) kleine elektrische stroompjes op bepaalde zenuwbanen van het ruggenmerg (zie figuur 1 bij 4) gegeven.

De wervelkolom is opgebouwd uit wervels (zie figuur 1 bij 1) waartussen de zogenaamde tussenwervelschijven zitten, waardoor de wervels onderling kunnen bewegen. Aan de achterzijde van de wervel zitten de zogenaamde doornuitsteeksels (zie figuur bij nummer 2) en binnenin de wervel zit het wervelkanaal. In dit wervelkanaal zit het ruggenmerg (zie figuur bij nummer 3) dat omgeven is met ruggevocht en dit geheel wordt weer omgeven door een hard vlies (dura) (zie figuur bij nummer 4). De ruimte tussen dit harde vlies en het bot van de wervel noemen we de epiduraalruimte (zie figuur bij nummer 5).

Bij ruggenmergstimulatie zorgen de elektrische stroompjes ervoor dat er minder zenuwprikkels via het ruggenmerg naar uw hersenen worden gezonden waardoor uw pijn vermindert. Deze lead wordt in de epiduraalruimte gebracht (zie figuur 1 bij 5). Afhankelijk waar u pijn heeft, wordt de lead (zie figuur) op een bepaald niveau van het ruggenmerg in de epiduraalruimte neergelegd (zie figuren 2 en 3). Voordat u een definitieve ruggenmergstimulatie krijgt, wordt er eerst altijd een proefstimulatieperiode gedaan om te kijken of u minder pijnklachten heeft.

bovenaanzicht nekwervel

Figuur 1. Nekwervel van boven af gezien (zie tekst). Aan de onderkant is een lead afgebeeld die in de epiduraalruimte zit (6).

Röntgen foto van de wervels .jpg

Figuur 2. Röntgen foto van de wervels (2) van voren genomen waarbij de lead (1) wordt afgebeeld.

Röntgen foto van de wervels 2.jpg

Figuur 3. Röntgen foto van de wervels (2) van de zjkant genomen waarbij de lead (1) wordt afgebeeld.

Indicatie

Neuromodulatie kan voor verschillende soorten pijnklachten worden aangewend.
In Nocepta wordt SCS aangewend voor de behandeling van:

  • Pijn die na een rugoperatie of andere ingrepen aanhoudt (Failed Back Surgery Syndrome FBSS).
  • Complex regionaal pijnsyndroom (CRPS), ook wel dystrofie genoemd.
  • Angina pectoris (pijn op de borst).
  • Pijnlijke voeten bij suikerziekte (diabetes).

Andere indicaties volgen op termijn. Verder worden de volgende criteria gehanteerd:

  • De medicijnen en andere therapieën werken onvoldoende.
  • Er heeft psychologisch / psychiatrisch onderzoek plaats gevonden.
  • De patiënt is niet verslaafd aan medicijnen, alcohol of drugs.
  • De patiënt staat positief ten opzichte van de therapie.

De behandeling bestaat uit verschillende fases:

  • De intake
  • De proef periode
  • De definitieve implantatie

De intake

Deze fase bestaat uit een aantal bezoeken op de polikliniek. U krijgt een informatief gesprek met de pijnspecialist en de pijnconsulent. Voorafgaande aan dit gesprek dient u vragenlijsten in te vullen. Na het intake gesprek volgen er twee gesprekken met de pijnconsulent. Zij zal nogmaals met u bespreken wat ruggenmergstimulatie inhoudt, de procedure doornemen en uitleg geven over de leefregels na de implantatie. Om uw doelstelling en verwachting te kunnen inschatten vragen wij u vooraf de doelstelling en verwachtingen op te schrijven.Tevens zal met u het pijndagboek worden doorgenomen dat u thuis gedurende enkele dagen moet invullen. Er zal vooraf met u besproken worden waar de definitieve neurostimulator geplaatst zal gaan worden. Ook krijgt u een oproep voor de POS-poli ( pre operatief spreekuur) en de daarbij behorende onderzoeken.

Het is gebruikelijk dat u voor de ingreep een afspraak bij de psycholoog krijgt.

Als u alle informatie over de ingreep goed begrepen hebt, vragen wij u een toestemmingsformulier te ondertekenen.

Neuskweek

Tijdens het gesprek met de pijnconsulent zal zij bij u een neuskweek afnemen. Dit uit voorzorg om vooraf te bekijken of u of u drager bent van de staphylococcus aureus. Deze bacterie is een risico factor voor een (mogelijke) infectie. Indien de kweek positief is, zal u gedurende 5 dagen voor de ingreep een neuszalf dienen te gebruiken. Indien de kweek negatief is, zal er geen behandeling nodig zijn.

De proefbehandeling

Het doel van de proefbehandeling is te ontdekken of ruggenmergstimulatie u helpt om uw pijn te verminderen. De proefbehandeling duurt 2 weken. Het is de bedoeling dat u gedurende 2 weken een pijndagboek bijhoudt. Het is belangrijk dat u het pijndagboek goed en volledig invult, zodat duidelijk wordt hoeveel baat u bij de behandeling heeft. Als door de proefbehandeling blijkt dat uw pijn flink verminderd is, kan er een definitieve neurostimulator worden geïmplanteerd. Dit gebeurt na overleg tussen u en uw specialist.

De definitieve implantatie

U komt in aanmerking voor een definitieve neurostimulator nadat de termijn voor de proefbehandeling verstreken is en u een goede pijnvermindering heeft en/of verbetering van kwaliteit van leven. Tijdens deze procedure wordt een stimulator onderhuids ingebracht en aangesloten op de reeds ingebrachte geleidingsdraad. In principe wordt de inwendige neurostimulator achter in de bil geplaatst. Indien bij u een andere plaats van de inwendige stimulator van toepassing is, zal dit vooraf met u bepsroken worden.

De ingreep

De proefbehandeling: Op de dag van de ingreep wordt u 's morgens opgenomen op de verpleegafdeling. U krijgt een infuus met antibiotica. Het inbrengen van de geleidingsdraad gebeurt op de operatiekamer onder plaatselijke verdoving. U ligt daarbij voor langere tijd op uw buik met een kussen onder uw buik. Om de ingreep te kunnen uitvoeren, krijgt u een verdoving in de rug en een licht slaapmiddel.

Na het schoonmaken van de huid met een desinfecterend middel krijgt u steriele doeken over het operatiegebied. Daarna wordt de huid verdoofd waarna plaatsing van de voernaald plaatsvindt. Als deze naald zich op de juiste plaats bevindt (controle door middel van röntgen) wordt de geleidingsdraad (lead) opgeschoven. De geleidingsdraad die wordt ingebracht zorgt dat de elektrische pulsen worden overgebracht naar het ruggenmerg. Het is belangrijk dat u tijdens deze procedure goed stil blijft liggen en dat u tijdens het stimuleren van de geleidingsdraad goed aangeeft waar u de tintelingen voelt (met uitzondering van hoogfrequente stimulatie, dan voelt u de tintelingen niet). U kunt dit niet aanwijzen, u moet met woorden vertellen waar het zit, bijvoorbeeld rechter bovenbeen aan de buitenzijde. Het zoeken van de juiste plaats kan enige tijd in beslag nemen. Gedurende deze gehele ingreep zal de pijnconsulent u hierbij begeleiden. Als de tintelingen voor een belangrijk deel overeenkomen met de plaats van uw pijn, wordt de geleidingsdraad verankerd. Vervolgens wordt de pocket (het zakje) in de bil gemaakt, waar later de inwendige neurostimulator in zal komen. Hierin komt de verbindingsdraad van de uitwendige stimulator voorlopig te liggen. Het wondje op uw rug en van "de pocket" wordt door middel van enkele hechtingen gesloten en verbonden. De uitwendige geleidingsdraden worden vervolgens op een tijdelijke (uitwendige) neurostimulator aangesloten. De plaats waar de geleidingsdraad uit de zij komt wordt verbonden. Nu kunt u weer op uw rug in bed liggen.

De ingreep duurt ongeveer anderhalf tot twee uur.

Na de ingreep wordt u naar de verkoeverkamer gebracht waar u gedurende enige tijd zult verblijven. Wanneer alles in orde is wordt u opgehaald door de verpleegkundige van de verpleegafdeling.

Pijnstilling na de ingreep

Voor pijnstilling na de ingreep kunnen verschillende medicijnen worden gebruikt.

Instellen van de neuromodulatie

Na de ingreep wordt u aangeleerd hoe u zelf het apparaatje kunt bedienen zodat de tintelingen door u als aangenaam worden ervaren. Met uitzondering van hoogfrequente stimulatie, u voelt namelijk de stimulaties niet.

Na de ingreep

1e dag na de ingreep wordt een controle röntgenfoto gemaakt en kunt u in principe weer naar huis. Na een week komt u terug voor een poliklinische controle bij de pijnspecialist en bij de pijnconsulent.
U dient gedurende 2 weken het pijndagboek in te vullen.

Leefregels tijdens de proefbehandeling na implantatie van de geleidingsdraad

Gedurende de proefperiode is het noodzakelijk dat u zich aan deze regels houdt om complicaties zoals het verschuiven van de elektrode en infecties te voorkomen.

Tot 4 uur na de ingreep heeft u platte bedrust. Daarna mag u alleen op voor toilet indien het gevoel in de benen terug is. Dit houdt in dat u alleen op uw rug ligt met 1 kussen onder het hoofd. Daarna mag u ook liggen op de zij, maar niet met opgetrokken benen.

Verder mag u:

  • Niet op uw buik slapen.
  • Op uw zij slapen, maar met rechte rug.
  • Het in en uit bed komen en draaien alleen met een rechte rug.
  • Niet douchen of een bad nemen. Voorkom dat de pleisters nat worden.
  • Nooit zelf de pleisters verwijderen.
  • Niet aan het uitwendige kabeltje trekken.
  • Niet bukken, zwaar tillen, uitrekken of draaiende bewegingen met uw rug maken.
  • Niet uw armen boven uw hoofd brengen. Ook geen papagaai gebruiken aan het ziekenhuisbed.
  • De tijdelijke uitwendige neurostimulator niet laten vallen of nat laten worden.
  • Niet zelf autorijden met uw proefstimulatie en met rechte rug in- en uitstappen.
  • Als u een definitieve neurostimulator krijgt, mag u wel zelf autorijden, maar u dient de stimulator uit te zetten.
  • Lopen gedurende korte periodes met uw rug zo recht mogelijk.
  • Geen seksuele activiteiten die de geleidingsdraad kunnen doen verschuiven door kromming van de rug.
  • Raadpleeg altijd uw specialist in geval van twijfel, meer pijn, koorts, roodheid en/of zwelling.

De definitieve implantatie

adat de termijn voor de proefbehandeling verstreken is en u een goede pijnvermindering heeft, komt u in aanmerking voor de inwendige (definitieve ) neurostimulator. Op de dag van de ingreep wordt u 's morgens opgenomen op de verpleegafdeling. De ingreep vindt plaats op de operatiekamer.

U ligt daarbij op uw buik met een kussen onder uw buik. U krijgt een infuus met antibiotica. Na het schoonmaken van de huid met een desinfecterend middel krijgt u steriele doeken over het operatiegebied. De verdovingstechniek die hierbij wordt gebruikt wordt vooraf, in de proefperiode, met u afgesproken.
De tijdelijke uitwendige neurostimulator wordt los gekoppeld en de elektrode wordt aangesloten op een inwendige neurostimulator. Deze laatste wordt vervolgens onder de huid in de bil geplaatst. Na de behandeling wordt u naar de verkoeverkamer gebracht waar u gedurende enige tijd zult verblijven.

inwendige neurostimulator

Geleidingsdraad aangesloten op de inwendige neurostimulator

Pijnstilling na de operatie

Voor pijnstilling na de ingreep kunnen verschillende medicijnen worden gebruikt.

Instellen van de neuromodulatie
Na de ingreep wordt u aangeleerd hoe u zelf het apparaatje kunt bedienen zodat de tintelingen door u als aangenaam worden ervaren. De pijnconsulent komt na de ingreep op de afdeling om samen met u de neurostimulator in te stellen. Zij zal u dan ook leren hoe u zelf de neurostimulator aan en uit kan zetten en hoe u desgewenst de intensiteit van de pulsen kunt veranderen. De pijnconsulent zal ook samen met u de nieuwe situatie door spreken. We streven ernaar om de instellingen van de stimulator voor een periode van 6 weken te handhaven. U dient tot de eerste controle op de polikliniek uw pijndagboek in te vullen.

De nazorg

Pas na 6-8 weken ligt de neurostimulator vast in het onderhuids vetweefsel. Tot die tijd dient u wat leefregels in acht nemen om te voorkomen dat de inwendige neurostimulator en de geleidingsdraad van plaats veranderen. Gedurende 6 weken na de implantatie moet u voorzichtig zijn bij het uitvoeren van bepaalde bewegingen. Probeer daarom ook zwaar tillen, buigen, strekken en draaien van bijvoorbeeld uw rug zo veel mogelijk te voorkomen. Deze leefregels zijn eigenlijk hetzelfde zoals eerder beschreven tijdens de proef behandeling.

Controle na de definitieve implantatie

Na de definitieve ingreep vinden regelmatig controles op de pijnpolikliniek plaats.

Mogelijke complicaties

Uw anesthesioloog zal de ingreep zorgvuldig uitvoeren. Toch bestaat er een geringe kans op complicaties. Hierbij kunt u denken aan:

  • Bloeduitstorting; deze kan ontstaan als een bloedvaatje is geraakt, het veroorzaakt een blauwe plek op de rug.
  • Pijnlijke plek in de rug; deze verdwijnt geleidelijk.
  • Wondpijn; pijn ter hoogte van de incisie van de pocket (op de plaats waar de neurostimulator is geplaatst).
  • Dit kan wel 14 dagen duren, maar verdwijnt weer.
  • Infectie: een bijwerking die maar heel zelden optreedt. Bij vermoeden van infectie of bij koorts in de proefperiode altijd contact opnemen met het ziekenhuis.
  • De geleidingsdraad kan verschuiven. U voelt dan de tintelingen in een ander gebied. Wanneer u dit bemerkt dient u contact op te nemen met de  pijnconsulent en de stimulator uit te zetten.
  • Soms kan een onderdeel van de neurostimulator stuk gaan; een breuk in de geleidingsdraad of de neurostimulator zelf kan kapot gaan. Wanneer u dit merkt dient u contact op te nemen met het pijncentrum.
  • Lekkage wondvocht. Het kan zijn dat er gedurende de eerste dagen na de operatie wat wondvocht kan lekken uit de wond. Dit kan in principe geen kwaad.

Leven met uw neurostimulatie systeem

Over het algemeen kunt u na de ingreep een normaal, actief leven hervatten. Natuurlijk moet u de instructies van de arts blijven opvolgen voor een goed en duidelijk vervolg. U dient rekening houden met een aantal beperkingen. U bent gebaat bij het nemen van een aantal voorzorgsmaatregelen, dat het leven met een neurostimulatie systeem zullen bevorderen. In dit hoofdstuk worden zowel de beperkingen als de maatregelen die u kunt treffen uiteengezet. Belangrijk is en blijft dat u zich aan de afspraken met de arts houdt.

Nadat er pijnstilling is opgetreden met de stimulator kan het soms moeilijk zijn het bewegings- en gedragspatroon te verbeteren. Het kan nodig zijn dat u hiervoor begeleid wordt door de fysiotherapeut of de revalidatiearts.

Beperkingen en maatregelen bij medische ingrepen

U kunt de kans op beschadigingen van uw neurostimulatie systeem beperken door bepaalde medische ingrepen en apparatuur te mijden:

  • Pacemakers
  • Defibrillatoren
  • M.R.I. Dit is een onderzoeksmethode die niet zonder meer bij u uitgevoerd dient te worden. Informeer uw specialist en medisch personeel over het bij u geplaatste neurostimulatie systeem. Raadpleeg altijd eerst uw arts.
  • Om ervoor te zorgen dat u uw auto veilig kunt besturen dient de stimulator te worden uitgezet als u auto gaat rijden. Wanneer u een voertuig bestuurt, kan plotselinge toename of verandering van de stimulatie zorgen dat u de controle over het voertuig verliest.

Magneten en elektronica

Speciale voorzorgsmaatregelen zijn nodig bij voorwerpen met magneten en elektrische systemen. Bedien, net als bij het autorijden, geen apparatuur wanneer uw stimulatie aan staat. Wanneer u elektrisch gereedschap bedient, kan een plotselinge toename of verandering van de stimulatie ervoor zorgen dat u de controle over het gereedschap verliest.

Het neurostimulatie systeem wordt beïnvloedt door magneten. Houd rekening met de volgende apparaten; deze kunnen een magnetisch veld bevatten die de neurostimulator aan of uit kan schakelen. Deze magnetische velden kunnen ervoor zorgen dat u er enige hinder aan ondervindt, maar deze zullen u neurostimulator niet ontregelen.

  • Diefstal detectoren
  • Grote stereoluidsprekers met magneten
  • Lasapparatuur met elektrische vonken
  • Hoogspanningsleidingen
  • Mobiele telefoons
  • Elektrische verdeelstations en krachtcentrales

Metaal detectiesystemen op luchthavens: Laat uw identificatiekaart aan het personeel van de veiligheidsdienst van het vliegveld zien om te worden doorgelaten. Desnoods zullen ze detecteren met handdetector. Deze is minder krachtig dan de detectiepoorten

Diathermie en neurostimulatie

Wat is diathermie?

  • Diathermie betekent letterlijk diepte verwarming, maar diathermie-apparaten worden ook gebruikt op een manier waarbij ze weinig of geen warmte afgeven.
  • Diathermie wordt gebruikt voor therapie met medische apparaten die extern toegepast wordt om energie in het lichaam af te geven. De drie types die gebruikt worden zijn: ultra korte golf, microgolf, en ultrasound. Afhankelijk van het gebruikte energieniveau, produceren diathermie-apparaten warmte binnen het lichaam.
  • De energie die vrijkomt bij diathermie kan via het geïmplanteerde systeem geleid worden en ernstig letsel veroorzaken met soms de dood tot gevolg. Diathermie kan schade veroorzaken aan het neurostimulatiesysteem. Dit kan resulteren in een minder werkend systeem.
  • LET OP: Letsel of beschadigingen tijdens diathermie kunnen optreden als uw neurostimulatie systeem zowel aan- als uitgeschakeld is.
  • Diathermie mag niet worden toegepast als u een geïmplanteerd neurostimulatiesysteem heeft!

Door wie wordt diathermie gebruikt?

Fysiotherapeuten, verpleegkundigen, chiropractoren, tandartsen, en oogartsen.

Diathermie kan voor meerdere doeleinden gebruikt worden om bijvoorbeeld pijn, stijfheid en spierspasmes te verlichten, gewrichtscontracties te verminderen, zwelling en pijn na een operatie te verminderen of genezing van wonden te bevorderen.

Wat moet u doen?

erst en vooral mag u geen kortegolf diathermie, microgolf diathermie of therapeutische ultrasone diathermie toegepast krijgen. Vóór de behandeling adviseren wij uw fysiotherapeut of uw behandelende arts (huisarts, tandarts of chiropractor) op de hoogte te brengen van uw geïmplanteerd neurostimulatie systeem.

  • Meld dit altijd tijdens een bezoek aan uw arts of therapeut:
  • Toon de identificatie kaart van de neurostimulator
  • Geef aan waar het neurostimulatiesysteem zich in uw lichaam bevindt
  • In de meeste gevallen is het risico groter dan de voordelen. Overleg altijd met uw behandelend specialist wat de mogelijkheden zijn.

Patiënten informatie

Voor verdere informatie over neurostimulatie kunt u terecht op de volgende websites;

Heeft u vragen? Stel ze via de onderstaande opties

Heeft u nog vragen? Stel ze dan vóór de behandeling of regel een telefonische afspraak met de pijnconsulente bij Nocepta. De pijnconsulente kan uw vragen beantwoorden of zonodig met uw behandelend pijnspecialist overleggen.