Caudaalblokkade rugpijn

Een caudaalblokkade wordt toegepast bij pijn aan het staartbeen (stuitje) of andere pijn waar de onderste zenuwwortels bij betrokken zijn. De caudale ruimte bevindt zich helemaal onderaan de wervelkolom, net boven het stuitje. Voor de caudaalblokkade spuit de arts, via een opening aan het einde van het heiligbeen, medicijnen in bij de onderste zenuwwortels. Deze zenuwwortels worden geblokkeerd, zodat het pijnsignaal voor langere tijd niet meer kan worden doorgegeven.

Belangrijk bij deze rugpijn behandeling

Neem contact op met Nocepta indien dit voor U van toepassing is:

  • U gebruikt bloedverdunners.
  • U bent (mogelijk) zwanger.
  • U bent allergisch voor contrastvloeistof, jodium of medicijnen.
  • U heeft een pacemaker of ICD.
  • U heeft geen pijn meer.
  • U bent de dag van de behandeling ziek of heeft u koorts.

Voorbereiding

  • U mag van tevoren eten en drinken, u hoeft niet nuchter te zijn.
  • Overige medicatie kunt u gewoon innemen, tenzij de pijnspecialist andere afspraken met u heeft gemaakt.
  • Na de behandeling mag u de rest van de dag niet actief deelnemen aan het verkeer. Regel daarom van tevoren dat iemand u naar huis brengt.
  • Draag makkelijk zittende kleding.

De behandeling caudaalblokkade

Met behulp van röntgenstralen brengt de arts bij de bilnaad een naald in de caudale ruimte. Hij controleert met contrastvloeistof of de naald op de juist plaats staat. Vervolgens wordt er verdovingsvloeistof en een ontstekingsremmer met langdurig effect (corticosteroïden) ingespoten. De ontstekingsremmers verminderen de zwelling van de zenuwen. De zenuwen krijgt wat meer ruimte en geven daardoor minder pijnklachten. De ontstekingsremmers werken meestal 3-6 maanden, soms ook korter of langer.

Wanneer kunt u pijnvermindering verwachten?

Na de behandeling kan er napijn optreden. Deze napijn kan 1-2 weken aanhouden, maar verdwijnt weer vanzelf. U kunt hiervoor eventueel een pijnstiller innemen (bijvoorbeeld paracetamol volgens bijsluiter). Zo nodig kan in overleg met uw pijnspecialist of huisarts een andere pijnstiller worden voorgeschreven. Het is belangrijk om te weten dat het effect van de behandeling pas na enkele weken kan optreden. Pas na 6-8 weken is het zinvol om het resultaat van de behandeling te beoordelen; rond deze tijd krijgt u een controleafspraak. Het is ook mogelijk dat u al eerder minder pijn heeft. Soms is een aanvullende behandeling nodig.

Na de behandeling

Na de behandeling kunt u tijdelijk minder kracht of een doof gevoel hebben in uw benen. Dit komt door de verdovingsvloeistof en verdwijnt na enkele uren. De dag na de behandeling kunt u uw activiteiten weer hervatten, tenzij de pijnspecialist anders met u heeft afgesproken.

Complicaties en bijwerkingen

Zoals bij iedere behandeling, bestaat er ook bij deze behandeling een kleine kans op complicaties.  Mogelijke complicaties zijn:

  • Een bloeding.
  • Een infectie. Krijgt u koorts, neem dan contact op met uw pijnspecialist of huisarts.
  • Als er ontstekingsremmers (corticosteroïden) zijn ingespoten kunt u de eerste dagen na de behandeling tijdelijk de volgende bijwerkingen hebben. Een rood of warm gezicht, opvliegers, ontregelde menstruatie, spierkrampen en verhoogde bloedsuikerspiegel. We adviseren patiënten met diabetes om de eerste dagen na de behandeling regelmatig de bloedsuikerspiegel te controleren. De anticonceptiepil kan gedurende één cyclus minder betrouwbaar zijn.

Heeft u vragen? Stel ze via de onderstaande opties

Heeft u nog vragen? Stel ze dan vóór de behandeling of regel een telefonische afspraak met de pijnconsulente bij Nocepta. De pijnconsulente kan uw vragen beantwoorden of zonodig met uw behandelend pijnspecialist overleggen.